vorige volgende

EN TOCH GA IK MAAR DOOR

I'm a rock, I'm an island
And a rock feels no pain
And an Island never cries

Zonnetje van mijn leven, was ik dan toch niet je vader?
Ik had je zo lief, want jij was het oogverblindend licht
In mijn bestaan. Ik had je zo vaak omhelsd en je dicht
Tegen mij aan gevoeld. Als jij was niemand mij zo nader.

Op het einde van die dag ging jij, mijn zonnetje, onder.
Je witte haren verbleekten, en het licht van je ogen doofde.
Je kwam toen in een donkere nacht, die jou mij beroofde,
Jou van mij stal. Voortaan moest ik, je vader, verder zonder

Jou. Maar was het wel de nacht, die jou deed verdwijnen?
Ik tastte slechts, wilde weten waar je was! Tastte jij?
Waarom hoorde ik niet je stem, die riep om mij?

Blijf maar weg, zonnetje, ik laat mijn eigen licht schijnen.
Ik maak zelf opnieuw leven, dus waarom zou ik malen,
Lief zonnetje, om jouw schitterende zonnestralen?

Oktober 1988